In de winterperiode maakt Staatsbosbeheer geregeld overzichten van de stand van zaken in het natuurgebied. Hoe is het gesteld met de conditie van de dieren? Hoe is het gesteld met de hoeveelheid beschikbaar voedsel in het gebied, etc? Het zogenaamde situatierapport verschijnt vanaf december tot en met eind april wekelijks. In deze rapporten staat informatie over de omstandigheden en bijzonderheden in het veld, en een overzicht van de afgevallen dieren.
Mocht u interesse hebben, de informatie staat in het dossier Oostvaardersplassen op de site van Staatsbosbeheer. Daar vindt u ook de flyer over hoe we omgaan met de grote grazers.

Leuk dat de helicoptertelling goed werkte en dat er nu eindelijk betrouwbare cijfers van de grote grazers beschikbaar zijn. Ze zullen het deze winter tot nu makkelijk hebben gehad met zacht weer en doorgroeiend gras. Om een vergelijking te maken met 5 jaar terug heb ik even het persbericht erbij gehaald wat toen over de grote grazers werd uitgebracht door afdeling voorlichting, citaat:
” Natuurlijke aantalsregulatie
De kuddes Heckrunderen, konikpaarden en edelherten in de
Oostvaardersplassen lijken op basis van de huidige populatiecijfers van 1
mei 2006 niet verder meer te groeien. Onder de huidige omstandigheden
lijkt de verzadigingsdichtheid van het natuurgebied bereikt. Momenteel
leven er 2440 grote grazers in het natuurgebied, ten opzichte van 2450
dieren vorig jaar mei. Er treedt klaarblijkelijk natuurlijke
aantalsregulatie op door de hoeveelheid beschikbaar voedsel. In grote
natuurgebieden is dat een natuurlijk verschijnsel. ”
Hoe valt dit te rijmen met de huidige stand die met circa 4900 dieren het dubbele is van 2006?
Hallo Martijn,
ik begrijp best dat het in eerste instantie een beetje tegenstrijdig lijkt. Er spelen natuurlijk wel meer zaken mee, en een vergelijking tussen appels en peren is zo gemaakt. Het cijfer dat jij aanhaalt van mei 2006 is een voorjaarsstand. Dit betekent dat op het moment dat dit cijfer is vastgesteld de sterfte onder de dieren net achter de rug was, en er nog geen dieren waren geboren. De stand van de dieren eind 2006 (vergelijkbaar met het moment waarop dit jaar geteld is) lag op +/- 3100 dieren. Dit maakt het verschil tussen 2 tellingen in een vergelijkbare periode beter te vergelijken. (In het persbericht is ook het vergelijk getrokken tussen 2 voorjaarsstanden, 2005 en 2006. Deze verschilden nauwelijks meer van elkaar.) Het verschil over 5 jaar tijd bedraagt dus 1800 dieren (vlak voor de winter). Als er jaarlijks 350 dieren niet meegeteld zijn (circa 10 %), dus gemist, dan zou je inderdaad op 4900 dieren uitkomen in 2011. Echter, het is zeer waarschijnlijk dat ook in 2006 deze cijfers al uit de pas liepen door de wijze waarop in voorgaande jaren gerekend werd. Als in 2006 het aantal dieren al 10% hoger lag dan geteld, zouden er aan het begin van de winter dus reeds 3100 + 310 = 3410 dieren zijn geweest. Als je dit doorrekent naar 5 jaar later, krijg je weer andere cijfers.
Hoe dan ook, feitelijk blijven dit “oude koeien”. Op dit ogenblik wordt gekeken of het mogelijk is om te herleiden hoe en waar deze reken/tel afwijkingen zijn ontstaan. Zijn het reken fouten geweest, of zijn de gebruikte methodes gewoon niet toereikend geweest? Het belangrijkste is nu dat er een nieuw punt is van waaruit gewerkt kan worden.
Ik neem aan dat dit een voldoende antwoord op de vraag is. Voor verdere toelichting ben ik altijd bereikbaar.
m.vr.gr.
Hans Breeveld